VIEREN,

TUSSEN HET ALLEDAAGSE EN HET BIJZONDERE

ALLERHEILIGEN:

Licht zijn voor anderen

Les 1: Licht dat ons beweegt

(Sint-Franciscus)

©Canva
©Canva

1. Stil worden bij het licht

Kijk eens naar het licht van de kaars. We worden even stil. Adem rustig in en uit.

Denk aan iemand die jouw dag soms een beetje lichter maakt. Misschien iemand thuis, een vriend, een buur, een grootouder, de juf of meester. Houd die persoon even in je hart.

  • Korte stilte.

Gesprek

  • Aan wie dacht je?
  • Waarom dacht je aan die persoon waardoor jij je goed voelt?
  • Zou die persoon ook voor andere mensen een lichtpunt kunnen zijn?

Lesaankondiging: Allerheiligen

Binnenkort is het 1 november. Dan vieren christenen het feest van Allerheiligen. Op die dag denken ze aan heiligen. Dat zijn geen superhelden of perfecte mensen. Het zijn mensen in wie anderen iets bijzonders zagen oplichten. Vandaag maken we kennis met één van hen: Sint-Franciscus.

©Adobestock
©Adobestock

2. Kijken naar een glasraam van Franciscus

Afbeelding van een glasraam van Franciscus

  • Lkr vertelt nog niet meteen wie de persoon is. De lln krijgen eerst rustig kijktijd.

Kijkvragen

  • Wat zie je allemaal?
  • Welke kleuren vallen je op?
  • Wat denk je dat belangrijk is aan deze persoon?
  • Waarom zou iemand deze persoon in een glasraam afbeelden?

Dit is Sint-Franciscus. Voor veel christenen is hij een heilige.

Verdiepende vragen

  • Wat betekent het woord heilig voor jou?
  • Waarom zouden mensen hem na zoveel jaren nog herinneren?
  • Wat zou deze man misschien gedaan hebben?

3. Het verhaal van Franciscus van Assisi

Het verhaal

Tussentijdse vragen

  • Wat vind jij mooi aan Franciscus?
  • Begrijp jij waarom hij zijn rijke leven achterliet?
  • Vind je iets in zijn verhaal vreemd?
  • Waarom zouden sommige mensen hem misschien uitgelachen hebben?
  • Waarom zouden andere mensen hem bewonderd hebben?

Verdiepende vragen

  • Wat zagen mensen in Franciscus dat zo bijzonder was?
  • Waarom denken christen dat Franciscus iets van Gods licht liet zien?
  • Zie jij dat ook?
  • Of zie jij iets anders?

4. Licht vandaag

Hedendaagse lichtbrengers

©Natuurhulpcentrum VZW Opglabbeek
©Natuurhulpcentrum VZW Opglabbeek

Gesprek

  • Wat zie je?
  • Wat doet deze persoon?
  • Waarom zouden mensen dit belangrijk vinden?
  • Wat lijkt op Franciscus?
  • Wat is anders?

Brug naar eigen leefwereld

  • Ken jij zo iemand?
  • Wie zorgt er bij jou thuis goed voor dieren of natuur?
  • Ken jij iemand die graag anderen helpt?
  • Zou die persoon ook een lichtpunt kunnen zijn?

Sommige mensen noemen zulke mensen lichtbrengers. Niet omdat ze perfect zijn, maar omdat ze iets moois laten zien aan andere mensen.

5. Muzikale belving: Dans van het licht

Voorbereiding

  • Elke ll krijgt een lint of lichte doek.

Uitvoering

Misschien moest je tijdens het verhaal denken aan Franciscus. Misschien ook aan iemand die vandaag zorg draagt voor dieren, natuur of mensen. Laat dat zien in je beweging.

Mogelijke opdrachten:

  • Beweeg zoals een vogel die vrij vliegt.
  • Beweeg zoals een lichtstraal die door een glasraam valt.
  • Beweeg zoals iemand die zorgzaam omgaat met dieren.
  • Beweeg zoals iemand die zorg draagt voor mensen die het moeilijk hebben.
  • Beweeg zoals iemand die vrede brengt.

Na de beweging volgt een korte kring.

Reflectie

  • Welke beweging vond je het mooist?
  • Waar moest je aan denken?
  • Welke beweging paste volgens jou bij Franciscus?
  • Wat wilde jouw beweging vertellen?

6. Ons glasraam groeit

Sint-Franciscus

  • Lln krijgen hun glasraamblad.

Vandaag kleuren wij het venster van Sint-Franciscus.

Tijdens het werken

  • Welke kleur past volgens jou bij Franciscus?
  • Welke kleur doet jou denken aan licht?
  • Wat wil jij dat mensen zien als ze naar jouw glasraam kijken?
In deze lessenreeks zal ons glasraam telkens verder groeien. Zo ontdekken we hoe verschillende mensen een lichtpunt kunnen zijn.

7. Slotmoment: Licht doorgevenn

Voorbereiding

  • Lln vormen opnieuw een kring rond de kaars.
  • Elke ll houdt zijn lint vast.

Denk nog één keer aan de persoon waarmee we de les begonnen. Iemand die jouw dag soms wat lichter maakt.

  • Korte stilte.

Gesprek

  • Zie je misschien iets van Franciscus terug in die persoon?
  • Wat maakt die persoon bijzonder voor jou?

De lln maken één voor één een rustig gebaar met hun lint naar de kaars.

  • Samen zeggen ze:
Ik ontvang het licht en geef het door.
  • Korte stilte.

Afsluitende woorden

Sommige mensen zagen in Franciscus iets bijzonders. Alsof hij een beetje van Gods licht liet doorstralen naar andere mensen. Tijdens de volgende lessen gaan we nog andere mensen ontmoeten die voor velen een lichtpunt werden.

Les 2: Wanneer het licht blijft branden (Heilige Lucia)

adobestock_228007938-scaled
adobestock_228007938-scaled

1. Startmoment: Wanneer het donker wordt

Voorbereiding

  • Klas is verduisterd.
  • De grote kaars/lantaarn op de kijktafel is nog uit.
  • Het glasraam van de lessenreeks ligt zichtbaar op de kijktafel. Het deel van Franciscus is al ingekleurd.

Beleving

  • De lln komen stil binnen of gaan stil bij de kijktafel staan.

Soms lijkt een dag donker. Omdat je verdrietig bent. Omdat je bang bent. Of omdat iets moeilijk gaat.

  • Korte stilte.

Kijk eens wat er gebeurt wanneer één klein lichtje begint te branden.

  • Korte stilte.

Gesprek

  • Wat verandert er wanneer het licht aangaat?
  • Waarom vinden mensen licht prettig?
  • Wanneer heb jij al eens een lichtje aangestoken?

Lesaankondiging

Vandaag ontmoeten we een vrouw die heel lang geleden leefde. Haar naam was Lucia. Veel mensen herinneren haar omdat zij licht bracht wanneer het voor anderen moeilijk was.

2. Verhaal: Het licht van de Heilige Lucia

Het verhaal

Gesprek

  • Wat vind je mooi aan Lucia?
  • Wat vind je moedig?
  • Waarom zouden mensen haar verhaal blijven vertellen?
  • Wat bracht Lucia behalve eten?
  • Denk je dat Lucia soms ook bang geweest zal zijn?

3. Licht bij verschillende mensen

Impuls

Lkr toont 3 beelden:

  • een christen die een kaars aansteekt in een kerk;
  • een chanoekakandelaar uit de joodse traditie;
  • diya-lichtjes bij Divali

Kijkvragen

  • Wat zie je?
  • Wat hebben deze beelden gemeen?
  • Waarom gebruiken mensen licht?
  • Doen alleen christenen dat?
  • Mensen geloven soms verschillend. Toch gebruiken veel mensen licht wanneer ze hopen, vieren, danken of bidden of aan iemand denken.

Verdiepende vragen

  • Waarom zou licht voor zoveel mensen belangrijk zijn?
  • Wat maakt licht anders dan donker?
  • Wat zegt licht zonder woorden?

4. Licht vandaag

Hedendaagse lichtbrengers

Gesprek

  • Wat zie je?
  • Wat doet deze persoon?
  • Waarom kan dat belangrijk zijn?
  • Zie je iets dat doet denken aan Lucia?

Verdiepende vraag

  • Kan een klein gebaar soms veel licht brengen?

Brug

Lucia leefde lang geleden. Ook vandaag zijn er mensen die hoop brengen wanneer anderen het moeilijk hebben.

5. Mijn lichtpunt

Opdracht

Teken of schrijf op de ster of vlam:

  • een persoon;
  • een gebeurtenis;
  • een moment;

waar jij de voorbije tijd licht, hoop of warmte hebt ervaren.

©Freepik
©Freepik

Gesprek

  • Waarom koos je dit?
  • Waarom wil je dit onthouden?
  • Wat maakte dit moment bijzonder?

Soms zien we licht in grote verhalen. Soms zien we het in kleine dingen dicht bij ons.

6. Ons glasraam groeit

Heilige Lucia

Vorige les kleurden we het deel van Franciscus. Vandaag kleuren we het deel van Lucia.

Tijdens het kleuren:

  • Welke kleur past bij hoop? Waarom?
  • Welke kleur past bij Lucia?
  • Welke kleur doet jou denken aan licht?

7. Slotritueel: Het licht blijft branden

Voorbereiding

  • De sterren liggen rond de kaars.

Beleving

  • De lln zitten stil rond de kijktafel.

Lucia herinnerde mensen eraan dat licht kan blijven branden, zelfs wanneer het moeilijk wordt.

  • Korte stilte.

Afsluitende vragen

  • Wat wil jij onthouden uit het verhaal van Lucia?
  • Welk lichtpunt neem jij mee naar huis?

Samen zeggen

Licht blijft branden, ook wanneer het donker wordt.

Slotwoord

Mensen herinneren Lucia omdat zij hoop bracht in moeilijke tijden. Ook vandaag blijven mensen zoeken naar licht en hoop. Volgende les ontmoeten we opnieuw iemand die voor veel mensen een bijzonder licht werd.

Les 3: Maria en het onverwachte licht

©Canva
©Canva

1. Startmoment: Een onverwacht licht

Voorbereiding

  • Het glasraam van de lessenreeks ligt zichtbaar op de kijktafel.
  • De delen van Franciscus en Lucia zijn al ingekleurd.
  • Het schilderij 'The Annunciation' van Henry Ossawa Tanner wordt geprojecteerd 
https://www.philamuseum.org/objects/104384
https://www.philamuseum.org/objects/104384

Stil kijken

  • De lln kijken eerst een halve minuut in stilte.

We kijken eerst gewoon. Nog zonder iets te vertellen. Wat valt je op?

Kijkgesprek

  • Wat zie je?
  • Waar kijk je eerst naar?
  • Wat is vreemd aan dit schilderij?
  • Is dit een gewone kamer?
  • Wat zou dat licht kunnen zijn?

Bewegingsmoment

Toon eens met je lichaam hoe Maria volgens jou op dit schilderij zit.

  • De lln nemen een houding aan.

Gesprek

  • Waarom koos je die houding?
  • Ziet iedereen dezelfde Maria?
  • Mag dat?

Lesaankondiging

Vandaag ontmoeten we Maria. Zij kreeg onverwacht een boodschap die haar leven zou veranderen. Maria begreep niet alles wat er gebeurde. Toch bleef ze open voor het onverwachte licht.

2. Het verhaal van Maria (Lc. 1, 26-38)

Bijbelverhaal

©SAH
©SAH

Gesprek

  • Wat zou Maria gevoeld hebben?
  • Begrijpt Maria meteen alles?
  • Ik vraag mij af wat jij moeilijk vindt aan dit verhaal.
  • Ik vraag mij af wat jij mooi vindt aan dit verhaal.
  • Waarom zouden christenen Maria blijven herinneren?

Theologiserende vraag

  • Waarom zouden christenen in Maria iets van Gods Licht herkennen?

3. Welke stap zou jij zetten?

Voorbereiding

  • Lln staan verspreid in de ruimte.

Soms moeten mensen een keuze maken zonder alles te weten. Ik lees enkele situaties voor.

Situaties

  • Je gaat voor de eerste keer naar een nieuwe hobby.
  • Je moet iets nieuws proberen.
  • Je moet iemand helpen die je niet goed kent.
  • Je krijgt een opdracht die je spannend vindt.

Aanduiden met beweging

  • Ik zou meteen durven -> stap vooruit.
  • Ik zou eerst nadenken -> blijf staan.
  • Ik vind dat moeilijk - > stap achteruit.

Nabespreking

  • Ik vraag me af of er verschillende juiste antwoorden waren?
  • Mag dat?
  • Waarom koos jij daarvoor?

Verbinding met Maria

Maria wist ook niet alles. Toch zette ze een stap vooruit.

4. Vormen van goedheid

Impulskaartjes/situaties

  • Lkr toont kaartjes of leest korte situaties voor.

Bijvoorbeeld:

  • Luisteren naar iemand die verdrietig is.
  • Iemand laten meespelen.
  • Zorgen voor een jonger kind.
  • Een ruzie proberen oplossen.
  • Iemand moed inspreken.
  • Geduldig wachten.

Gesprek

  • Is dit een vorm van goedheid?
  • Waarom wel/niet?
  • Ik vraag mij af welke jij gemakkelijk vindt.
  • Ik vraag mij af welke jij moeilijk vindt.

Verdieping

Goedheid betekent niet altijd hetzelfde. Mensen kunnen op veel verschillende manieren iets goeds doen.

Verbinding met Maria

©Canva
©Canva
  • Welke vorm van goedheid zie je bij Maria?
  • Misschien niet helpen of delen, maar…
  • luisteren?
  • vertrouwen?
  • openstaan?
  • Waarom vinden sommige menen vertrouwen ook een vorm van goedheid?

5. Wat helpt jou een stap zetten?

Voorbereiding

  • De lln krijgen een eenvoudige contour van een lampje.

Maria begreep niet alles wat er gebeurde. Toch bleef ze open voor het licht dat naar haar toe kwam.

Opdracht

Wat helpt jouw licht branden wanneer iets spannend, moeilijk of nieuw is?

In het lampje tekenen de lln:

  • Een persoon die hen moed geeft.
  • Iets waardoor ze zich veilig voelen.
  • Iets dat hen helpt wanneer ze iets spannend vinden.
  • Iets waardoor ze vertrouwen krijgen.

Gesprek

Enkele lln tonen hun lampje:

  • Wat tekende je?
  • Waarom geeft dat jou vertrouwen/moed/veiligheid…?
  • Wanneer heb je dat nodig?

Verbinding

Maria vond vertrouwen in God. Mensen vinden op verschillende manieren kracht, moed of vertrouwen wanneer iets moeilijk of nieuw is.

  • Op het einde van ons terrein is ons mooie glasraam af.

6. Ons glasraam groeit

Werkwijze

  • Het grote glasraam wordt erbij genomen.

Vorige lessen kleurden we Franciscus en Lucia. Vandaag laten we Maria mee deel worden van ons glasraam.

Tijdens het kleuren:

  • Welke kleur past bij Maria?
  • Welke kleur past bij vertrouwen?
  • Welke kleur past bij een onverwacht licht?

7. Slotritueel: Open voor het licht

Werkwijze

  • De lln zitten rond de brandende kaars.
  • Hun ingevulde lampje ligt voor hen.

Maria wist niet precies wat er zou gebeuren. Toch bleef ze open voor het onverwachte licht.

  • Korte stilte.
  • De lln houden hun lampje even in hun handen.

Kijk eens naar jouw lampje. Wat helpt jouw licht branden?

  • Korte stilte.
  • Daarna komen de lln één voor één naar voren en leggen hun lampje rond de kaars.

Bij het neerleggen mogen ze kiezen uit 3 eenvoudige zinnen:

Ik blijf open voor het licht.
Ik durf een stap zetten.
Ik vertrouw.

Of ze mogen zwijgen.

Gezamenlijke afsluiting

Samen zeggen:

Soms begrijpen we niet alles. Toch blijven we open voor het licht.

Les 4: Sint-Martinus, een mantel van warmte

1. Startmoment: Wie stopt?

Voorbereiding

  • Het glasraam van de lessenreeks ligt zichtbaar op de kijktafel.
  • De delen van Franciscus, Lucia en Maria zijn reeds ingekleurd.
  • De mantel/deken ligt nog opgevouwen op de kijktafel.
©Freepik
©Freepik

Filmpje: Would you give your jacket to Johannes?

Eerste reacties

  • Wat zag je?
  • Wat gebeurde er met de jongen?
  • Wie stopte?
  • Wie liep verder?

Gesprek

  • Waarom denk je dat sommige mensen stopten?
  • Waarom zouden sommige mensen niet gestopt zijn?
  • Zou jij stoppen?
  • Zou dat gemakkelijk zijn?

Lesaankondiging

Vandaag luisteren we naar een verhaal van iemand die ook stopte toen anderen gewoon verderliepen. Zijn naam was Martinus.

2. Het verhaal van Sint-Martinus

Verhaal van Sint-Martinus

Bewegend inleven tijdens het vertellen

  • Toon hoe koude de wind was.
  • Doe alsof je een zware mantel draagt.
  • Toon hoe de arme man erbij zat.
  • Maak met je hand de beweging van het zwaard.
  • Toon hoe het voelt wanneer je warmte krijgt.

Reflectievragen

  • Ik vraag me af wat je mooi vond aan dit verhaal.
  • Ik vraag me af wat je moeilijk vond aan dit verhaal.
  • Ik vraag me af waarom Martinus stopte.
  • Ik vraag me af waarom andere mensen verderliepen.
  • Ik vraag me af of Martinus daarna zelf ook wat kou gehad zou hebben.
  • Ik vraag me af of jij het moedig vond wat Martinus deed.
  • Ik vraag mij af of jij jouw jas of mantel zou delen.

Theologiserende vraag

  • Waarom zouden christenen zeggen dat Martinus iets van Gods licht liet zien?

3. Stoppen of voorbijlopen?

  • De lln staan verspreid in de ruimte.

Situaties

  • Je ziet iemand alleen op de speelplaats staan.
  • Een nieuw kind kent niemand.
  • Iemand laat iets vallen.
  • Iemand is verdrietig.

Beweging

  • Ik zou stoppen -> stap vooruit.
  • Ik weet het niet - > blijf staan.
  • Ik vind dat moeilijk -> stap achteruit.

Nabespreking

  • Waren er verschillende antwoorden in onze klas?
  • Mag dat?
  • Waarom koos jij daarvoor?

Verbinding

Martinus deed iets wat niet iedereen deed: hij stopte.

4. De mantel in het midden

Voorbereiding

  • De grote mantel/deken wordt opengelegd in de kring.
  • De lln mogen de mantel/deken even aanraken.

Gesprek

  • Hoe voelt deze mantel?
  • Waarvoor dient een mantel?
  • Wat doet een mantel voor iemand?
  • Hoe voel je je wanneer je het warm hebt?
  • Hoe voel je je wanneer je het koud hebt?

Verdieping

  • Wat gaf Martinus eigenlijk weg?
  • Alleen een stuk stof?
  • Of ook warmte?
  • Of nog iets anders?

Theologiserende vraag

  • Zou de arme man alleen warmer geworden zijn?
  • Of misschien ook blijer?

Martinus gaf niet alleen een mantel. Hij liet ook voelen: jij bent belangrijk.

5. Mijn stukje mantel

Voorbereiding

  • Elke ll krijgt een klein mantelvormig sjabloon.

Opdracht

Teken op jouw manteltje

  • iemand die je warmte geeft;
  • iemand die je geholpen heeft;
  • een moment waarop je warmte deelde;
  • iets waardoor mensen zich welkom voelen.

Gesprek

Enkele lln tonen hun manteltje.

  • Wat tekende je?
  • Waarom koos je dat?
  • Welke warmte zie jij hierin?

Verbinding

Martinus deelde een stuk van zijn mantel. Wij brengen allemaal een stukje warmte mee.

6. Ons glasraam groeit

Sint-Martinus

  • Het grote glasraam wordt erbij genomen.

Vorige lessen kleurden we Franciscus, Lucia en Maria. Vandaag kleuren we Martinus.

Tijdens het kleuren:

  • Welke kleur past bij warmte?
  • Welke kleur past bij delen?
  • Welke kleur past bij Martinus?

7. Slotritueel: Onze mantel van warmte

Voorbereiding

  • De grote mantel ligt open rond de kaars.
©Freepik
©Freepik
  • De lln hebben hun manteltje vast.

Ritueel

De lln komen één voor één naar voren en leggen hun manteltje op de de rand van de grote mantel/deken.

Samen leggen we onze manteltjes op de rand van de mantel zodat er één grote mantel van warmte ontstaat.

Bij het neerleggen mogen zij kiezen uit:

Ik deel een beetje warmte.
Ik zie wie warmte nodig heeft.
Ik wil niet zomaar voorbijlopen.

Of ze mogen zwijgen.

Gezamenlijke afsluiting

  • De lln vormen een kring rond de mantel.
  • Samen zeggen:
Warmte groeit wanneer we voor elkaar zorgen.
  • Korte stilte.

Lied: Laat je licht maar schijnen

  • We zingen het refrein.  

Slotwoord

Franciscus leerde ons verwonderen. Lucia leerde ons hopen. Maria leerde ons vertrouwen. Martinus leert ons om niet zomaar voorbij te lopen.

Les 5: Afsluitend ritueel - Samen laten we het licht stralen

1. Terugblik: Herinneringscirkel

Opstelling

  • Kring rond een kaars.
  • Het grote glasraam ligt zichtbaar in het midden.
  • De figuren van Franciscus, Lucia, Maria en Martinus zijn reeds ingekleurd.
  • Het centrale lichtsymbool is nog wit.

Lesaankondiging

Vandaag vieren we wat we de voorbije weken ontdekt hebben. We kijken nog één keer naar alle mensen die ons hebben geleerd over licht.

Terugblik naar het glasraam

De leraar wijst telkens een figuur aan.

Franciscus

  • Wat herinner je je nog van Franciscus?
  • Wat leerde Franciscus ons?

Lucia

  • Wat herinner je je nog van Lucia?
  • Waar ging haar verhaal over?

Maria

  • Wat herinner je je nog van Maria?
  • Wat vond jij bijzonder aan haar verhaal?

Martinus

  • Wat herinner je je nog van Martinus?
  • Wat deed Martinus dat veel andere mensen niet deden?

Verbindende vraag

  • Wat hebben deze 4 mensen gemeenschappelijk?
  • Waarom zouden mensen hen nog altijd herinneren?

Korte stilte

Soms raken verhalen ons zonder dat we precies weten waarom. Dat mag.

2. Samen het licht laten stralen

Voorbereiding

  • Elke ll neemt zijn of haar glasraam.

Nu bereiden we samen ons slotritueel voor. Straks brengen we al deze stukjes samen tot één geheel. Jullie krijgen allemaal een opdracht.

  • We werken in 2 groepen

Kaarslicht & gebed

Jullie zorgen ervoor dat ons ritueel begint met licht en woorden van dank.

Gesprek bij het midden

De lln kijken naar het nog witte lichtsymbool.

Vragen:

  • Waarom zou dit licht in het midden staan?
  • Waarom staat het niet bij één persoon alleen?
  • Zouden Franciscus, Lucia, Maria en Martinus hetzelfde licht laten zien?
  • Of elk op hun eigen manier?

Luisterlied: Laat zo je licht maar schijnen - Elly & Rikkert

Tijdens het luisteren kijken de lln naar hun glasraam.

Creatieve verwerking

  • De lln kleuren nu het centrale lichtsymbool in.

Tijdens het kleuren:

  • Welke kleur past bij licht?
  • Welke kleur past bij hoop?
  • Welke kleur past bij vertrouwen?
  • Welke kleur past bij warmte?

Afsluiting

Nu is ons glasraam helemaal klaar. Vier verschillende mensen laten iets van hetzelfde licht zien.

3. Voorbereiding van het slotritueel

Groep 1: Licht en dank

  • De lln kiezen een korte dankzin.

Mogelijke voorbeelden:

  • Dank voor alle mensen die licht brengen.
  • Dank voor alle mensen die helpen.
  • Dank voor hoop.
  • Dank voor warmte.
  • Dank voor vertrouwen.

Ze kiezen ook wie straks de kaars mag aansteken.

Groep 2: Gebaar van verbondenheid

  • De lln kiezen een eenvoudig gezamenlijk gebaar.

Bijvoorbeeld:

  • handen openen;
  • handen naar het licht richten;
  • licht doorgeven met de handen.

Het groepje oefent het gebaar.

4. Slotviering: Samen laten we het licht stralen

Opstelling

  • De glasramen staan in een halve kring.
  • In het midden staat de kaars.
  • De mantel van =sint-Martinus ligt zichtbaar in het midden.
  • (Eventueel worden enkele manteltjes, lampjes of herinneringen uit de vorige lessen erbij gelegd.)

Lichtmoment

We beginnen met licht. Dit licht herinnert ons aan alle mensen die ons iets leerden over verwondering, hoop, vertrouwen en warmte.

We beginnen met licht. Dit licht herinnert ons aan alle mensen die goedheid brengen.

  • 1 ll steekt de kaars aan.
  • Het dankwoord wordt uitgesproken.

KEUZE:

Dank voor alle mensen die licht brengen.
Dank voor alle mensen die helpen.
Dank voor hoop.
Dank voor warmte.
Dank voor vertrouwen.

Stil kijken

De lln bekijken alle glasramen samen.

  • Wat zie je wanneer je alle glasramen samen bekijkt?

Het gebaar van verbondenheid

  • Het gekozen gebaar wordt samen uitgevoerd.

Niemand hoeft alleen licht te zijn. Samen vormen we één grote kring van licht.

Gezamenlijke slotzin

Franciscus leerde ons verwonderen.
Lucia leerde ons hopen.
Maria leerde ons vertrouwen.
Martinus leerde ons niet voorbij te lopen.
  • Korte stilte.

Meezinglied: Laat je licht maar schijnen

  • Refrein samen zingen.

Licht doorgeven

  • De lln geven elkaar een zachte handdruk.
Ze fluisteren:  
Licht en vrede.

5. Nabespreking

Gesprek

  • Ik vraag me af wat jij het mooiste verhaal vond.
  • Ik vraag me af wat jij wil onthouden.
  • Ik vraag me af wanneer jij licht zag tijdens deze lessen?
  • Ik vraag me af wat jij mee naar huis neemt.

Slotwoord van de leraar

In ons glasraam zagen we 4 verschillende mensen. Elk van hen liet op een eigen manier iets van licht zien. Ook vandaag zijn er mensen die licht brengen. Misschien heb jij dat licht soms al gezien. Misschien kan jij het soms ook helpen doorgeven.

Themaliedjes.

Lied: Licht - Make Some Noise Kids

Lied: Laat je licht maar schijnen

Lied: Laat zo je licht maar schijnen - Elly & Rikkert